Anekdotes Olympische Spelen

St. Louis 1904

image002_16.jpg

Normaal leert men uit zijn fouten, baron Pierre de Coubertin (1863-1937) echter niet. De Olympische Spelen van 1904 moesten in Chicago doorgaan, maar de organisatoren van de Wereldtentoonstelling 'Louisiana Purchase Exposition' in St Louis dreigden ermee om eigen spelen te organiseren als de Coubertin niet op zijn beslissing terugkwam.

Onder druk van President Théodore Roosevelt (1858-1919) zwichtte het IOC voor die dreiging en verplaatste ze het gebeuren naar St Louis.

De Spelen werden opnieuw over vijf maanden uitgesmeerd, van 1 juli 1904 tot 23 november 1904, net zo lang als de Wereldtentoonstelling duurde.

Programma

Achttien disciplines: schoonspringen, zwemmen, waterpolo, boogschieten, atletiek, boksen, schermen, voetbal, golf, turnen, lacrosse, rogue, roeien, tennis, touwtrekken, gewichtheffen, worstelen, basketbal en baseball.

Slechts bij 42 onderdelen deden atleten mee van buiten de Verenigde Staten.

In heel wat nummers werden de Olympische Spelen met de Amerikaanse kampioenschappen gecombineerd, omdat er van de andere landen toch niemand aanwezig was.

Eigenlijk stonden er 102 nummers geprogrammeerd, het een al gekker dan het ander.

image782.jpg

Zo was er het tonnenspringen, waarbij de atleten over een afstand van 400 meter door aan touwen opgehangen vaten moesten springen. Ook zaklopen en tabak-spuwen stonden op het programma.

Deelnemers

Amper de helft van het aantal atleten uit Parijs kwam overwaaien naar de States, St Louis blonk bovendien uit door een ontzettend gebrekkige organisatie en zelfs de Coubertin kwam niet opdagen.

Amper 2000 toeschouwers tekenden present, daar waar de wereldtentoonstelling honderdduizenden naar St Louis lokte.

De meeste atleten waren Amerikanen, waarvan het grootste deel door zijn Universiteit was ingeschreven. Het verbaasde dan ook niemand dat de Yankees met 80% van de medailles gingen lopen.

Van de 496 deelnemers kwamen er amper 92 uit het buitenland en er waren nauwelijks zes vrouwen ingeschreven. Geen Belgen of Nederlanders omdat ze de reis naar Amerika niet konden betalen.

Voor het eerst

Voor het eerst boksen, worstelen vrije stijl, dumbell, lacrosse, schoonspringen, roque (een soort croquet op harde ondergrond), tienkamp, baseball en basketbal op het programma.

Twee leden van de Tswana stam, in St Louis aanwezig als onderdeel van een tentoonstelling over de Boerenoorlog, liepen de marathon en werden daarmee de eerste Afrikaanse deelnemers aan de Spelen.

Voor het eerst werd goud, zilver en brons uitgereikt.

De oudste winnaar

De Amerikaanse boogschutter Robert Williams (1841-1914) was met zijn 63 jaar de oudste winnaar van deze Spelen

Opnieuw problemen in de marathon

image001.jpg

Opnieuw een schandaal in de marathon, die in een stikkende hitte gelopen werd, over stoffige wegen tussen auto's en paarden die de weg vrij hielden voor de lopers. Amerikaan Fred Lorz (1884-1914) werd onthaald als een held toen hij als eerste het stadion binnenliep. Maar de brave man werd gediskwalificeerd toen bleek dat hij na negen mijl een autolift had aanvaard en dat moment werd door Alice Roosevelt (1884-1980), de dochter van de president, vereeuwigd op foto. Lorz was op de terugweg naar het stadion om zijn kleren op te pikken, maar liet zich de lofbetuigingen welgevallen. Tot men met het bewijs op de proppen kwam. Hij moest zijn medaille meteen inleveren en levenslang geschorst. Een jaar later won hij nochtans de marathon van Boston nadat zijn schorsing was opgeheven.

image002.jpg image003.jpg

De voor Amerika lopende Brit Thomas Hicks (1875-1963) werd tot winnaar uitgeroepen, ondersteund door zijn supporters strompelde hij na 3 uur en 28 minuten over de meet. Later gaf de Brit toe dat hij zich met twee shots strychnine, rauwe eieren en verschillende glazen cognac had opgepept. Van dopingcontroles was er toen nog geen sprake. Na zijn overwinning moest men hem het stadion uitslepen en dank zij de hulp van meerdere artsen bracht hij het er levend vanaf.

image004.jpg

Het zilver ging naar de Fransman Albert Corey (1878-?), maar gezien de Fransen geen atleten hadden afgevaardigd werd de medaille bij de eindafrekening als Amerikaans beschouwd omdat Corey met de estafetteploeg van de Chicago Athletic Association nadien ook zilver won op de 4 x 1 mijl.

image005.jpg

Eén van de opvallendste figuren in deze marathon was Felix Carvajal (1875-1949). De 1m53 grote Cubaanse postbode bedelde in Havana genoeg geld bij elkaar om de oversteek te kunnen betalen. Toen hij in New Orleans aankwam verspeelde hij echter zijn hele vermogen met de dobbelstenen, waarop hij te voet verder moest naar St-Louis. Na een tocht van zo'n 1.000 kilometer verscheen hij daar in gewone kleren aan de start, gezien hij zijn sporttenue vergeten was. De Amerikaan Martin Sheridan (1881-1918) schoot hem ter hulp en knipte een stuk van zijn broekspijpen. Ondanks hij onderweg bijna alle dames had gekust, hij regelmatig gestopt was om een praatje te maken met toeschouwers en maagkrampen kreeg van de appels die hij onderweg opat, finishte de Cubaan als vierde. En die appels at hij op het ogenblik dat hij aan de leiding liep.

image004_13.jpg

Len Taw en Jan Mashiani, leden van de Tswana-stam uit Zuid Afrika, finishten als negende en twaalfde. Waarschijnlijk was het resultaat van Len Taw nog beter geweest als een hond hem niet had achtervolgd waardoor hij meer dan een kilometer van het parcours was afgeweken.

De meest succesvolle atleten

image007.jpg

De in Tsjecho-Slowakije geboren Oostenrijkse Amerikaan Anton Heida (1878-?) won in het turnen vijf keer goud en éénmaal zilver, waarmee hij zich tot meest succesvolle atleet van deze Olympiade kroonde. Na de Spelen startte hij met twee vrienden het acrobatengroepje Olympic Trio.

image006.jpg

De Amerikaanse renner Marcus Hurley (1883-1941) won vier titels en een bronzen medaille. Later dat jaar kroonde hij zich net als de drie jaar voordien ook tot wereldkampioen sprint. Van 1905 tot 1908 speelde hij voor het basketteam van de Columbia University waar hij afstudeerde als ingenieur.

image008.jpg

Een van de merkwaardigste atleten was de in Duitsland geboren Amerikaanse turner George Eyser (1871-?), die ondanks zijn houten been drie gouden, twee zilveren en een bronzen medaille won. Zijn linkerbeen was namelijk geamputeerd nadat hij onder een trein terechtkwam. Beroepshalve was hij boekhouder

image009.jpg image010.jpg

Archie Hahn (1880-1955) won de 60, de 100 en de 200 meter. In dat laatste nummer lukte de Amerikaan een nieuw Olympische record met 21.6 dat pas 28 jaar later zou verbeterd worden. Die 200m werd overigens in een rechte lijn gelopen. Opvallend was ook dat zijn drie voornaamste tegenstanders bestraft werden. Van uitsluiting bij een valse start was toen nog geen sprake, de betrapte atleet moest enkele een meter achteruitgaan voor een nieuwe start. Na zijn sportieve carrière werd Hahn een succesvol atletiektrainer.

image011.jpg

Ray Ewry (1873-1937) won net als vier jaar voordien de drie springnummers uit stand.

image012.jpg

De Amerikaan Jim Lightbody (1882-1953) won de hindernisloop plus de 800 en de 1500m. Op die laatste afstand pinde hij ook een nieuw wereldrecord op de tabellen.

image014.jpg image015.jpg

Zijn landgenoot Harry Hillman (1881-1945) was even succesvol. Hij won de 400m vlak en de 200 en 400m horden, telkens in een nieuw wereldrecord. De ongelooflijke 53,0 sec die hij in dat laatste nummer liep werden niet erkend omdat hij de achtste horde had omgelopen, maar vooral omdat de vereiste hoogte niet gerespecteerd werd: slechts 76 cm i.p.v. 91,4cm. Later vestigde hij een bizar wereldrecord in een even bizar nummer. Samen met collega Lawson Robertson (1883-1951) haspelde hij de 100 yard af in 11 seconden in een 'three-legged race', waarbij het linkerbeen van de ene atleet aan het rechterbeen van de andere werd gebonden.

image016.jpg

De 19-jarige Amerikaan Ralph Rose (1885-1913) won met een nieuwe wereldrecord van 14m81 het kogelstoten. Vijf jaar later stootte hij de kogel 16m56 ver en dat wereldrecord hield 19 jaar stand. Rose was 2 meter groot en woog 120 kg, wat hem de bijnaam 'Elephant Baby' opleverde. Nadien veroverde Rose ook nog zilver in het discuswerpen en brons in het hamerslingeren. Een ontzettend spannende competitie in het discuswerpen. De Amerikanen Martin Sheridan (1881-1918) en Ralph Rose hadden exact dezelfde 39m28 geworpen, waarop de officials beslisten om aan beiden een extra worp toe te kennen, die Sheridan als winnaar opleverde. Rose studeerde rechten aan de de University of Michigan in Chicago, maar stierf op 28 jarige leeftijd aan tyfus.

Nieuwe sporten

All-round championship 

image017.jpg

Pierre de Coubertin (1863-1937) organiseerde voor het eerst het 'all-round championship', de voorloper van de huidige tienkamp, met de 34-jarige Ier Tom Kiely (1869-1951) als verrassend winnaar. Het nummer bestond uit 100 yards, kogelstoten, hoogspringen, 880 yards, hamerslingeren, polsstokspringen, 120 yards horden, gewichtheffen, verspringen en 1 mijl, die alle op dezelfde dag werden afgehaspeld. Voor de Spelen had het Britse team Kiely benaderd om voor hen uit te komen met de belofte dat zij zijn reis- en verblijfskosten zouden betalen. Maar ook de Amerikanen wilden hem binnenhalen. Als overtuigd nationalist besloot Kiely lerland te vertegenwoordigen. De reiskosten betaalde hij door de verkoop van zijn vele gewonnen prijzen. Eens in Amerika hingen de Britten en Amerikanen opnieuw aan zijn mouw, maar Kiely hield voet bij stuk. Grote pech voor hem, het Olympisch comité schreef zijn medaille in bij Groot-Brittannië omdat Ierland in 1904 niet onafhankelijk was.

Boksen

Ook het boksen was nieuw op het programma en daarin haalden de Amerikanen goud in de zeven gewichtsklassen.

Bolwerpen

image018.jpg

De Canadezen moesten voor hun eigen reiskosten opdraven. Politie officier Etienne Desmarteau (1873-1905) kreeg bovendien de banbliksems van zijn oversten over het hoofd omdat hij zijn werk had durven verlaten, de Canadese reus werd zelfs ontslagen. Nadat hij met een worp van 10m46 met de 25,4 kilo zware bol als winnaar uit de bus kwam, onthaalde men hem echter als een held en kreeg hij zijn job terug.

Voetbal

De Canadezen vaardigden de Galt Football Club uit Ontario af, die de twee Amerikaanse tegenstanders met een doelsaldo van 11-0 vernederde.

Een beetje ongewoon

image580.jpg

Nadat de Canadees George Lyon (1858-1938) de golfcompetitie had gewonnen liep hij op zijn handen naar het podium.

Weinig stuurvast

De Amerikaanse renner Jay Nash McCrea (1887-1959) nam deel aan de baannummers over 1 en 5 mijl. Maar over zijn stuurkunst bestonden toch de nodige twijfels, want hij veroorzaakte steeds opnieuw een hoop valpartijen waarbij heel wat renners tegen de vlakte gingen. Het leverde hem de bijnaam 'Crash McCrea' op.

Zwemmen

De Spelen van St Louis waren de enige ooit waar de nummers in yard werden gezwommen.

Amper 32 deelnemers uit vijf verschillende landen zwommen de 50 yard, 110 yard, 220 yard, 440 yard, 880 yard en 1 mijl vrije slag, 110 yard rugslag, 440 yard schoolslag en de 4 x 50 yard vrije slag. Ook was er een wedstrijd afstandsduiken, waarbij de afstand gemeten werd na het duiken in het water en zonder ook maar de minste beweging te mogen maken.

Het zwemmen leverde leuke momenten op gezien de zwemmers vanop een vlot startten en vaak uitgleden of op hun rug in het water kwamen.

Tijdens die zwem- en duikcompetities liep dan ook een en ander mis, de springplanken waren vermolmd en heel wat zwemmers 'verzwommen' zich door de povere zichtbaarheid in het water. Het bassin was immers een artificieel aangelegd meertje gebouwd voor de Louisiana Purchase Exhibition.

Ook gebeurde het meer dan eens dat het 'startvlot' zonk als er meer dan zeven deelnemers op stonden.

image005.jpg

Vier keer goud op negen nummers voor Duitse zwemmers, in de 110 yard rug zelfs drie medailles voor de Germanen: Walter Brack (1880-1919), Georg Hoffmann (1880-1947) en Georg Zacharias (1884-1954). Er waren geen reeksen voor dit nummer en keerpunten waren niet nodig omdat het bad 110 yard lang was. Georg Zacharias won nadien de 440 yard schoolslag, waarin Walter Brack zilver veroverde, terwijl Georg Hoffmann hetzelfde eremetaal veroverde in het duiken van het platform.

image019.jpg

Met vier medailles was de Duitser Emil Rausch (1883-1954) de meest succesvolle buitenlandse zwemmer: goud op 880 yard en 1 mijl vrije slag, brons op de 220 yard vrije slag en zilver met het mannenteam op de 4 x 50 yard vrije slag.

image020.jpg

Een andere succesvolle zwemmer was de Hongaar Zoltan Halmay (1881-1956), die goud won op 50 en de 110 yard vrije slag, waarin hij telkens torenhoog favoriet Charles Daniels (1885-1973) versloeg. Von Halmay was overigens de enige zwemmer die medailles oogstte op vijf verschillende Olympiades, in totaal vielen er tien in zijn prijzenkorf.

image021.jpg

Op de foto de start van de 110 yard vrije slag met Halmay helemaal links. De wankele staat van het startplatform is ook duidelijk zichtbaar.

image870.jpg

Met drie overwinningen was Charles Daniels (1885-1973) de succesrijkste Amerikaanse zwemmer. Na de titels 220 en 440 yard vrije slag, tikte hij met zijn teammaats ook als eerste aan in de 4 x 50 yard vrije slag (hoe die gezwommen werden is ons een heus raadsel) en was hij ook nog eens goed voor zilver op 110 yard vrije slag en brons op 50 yard vrij. Vier jaar later kroonde hij zich opnieuw tot Olympisch kampioen in het koninginnennummer en was hij met zijn teammaats derde in de 4 x 200m vrije slag. Tussen 1904 en 1911 won Daniels zo maar eventjes 300 wedstrijden, haalde hij 53 nationale titels en op zeker ogenblik was hij de trotse bezitter van al de wereldrecords vrije slag tussen 25 yard en 1 mijl. Zijn grootste stunt lukte hij in 1905 toen hij op vier dagen tijd zo maar eventjes veertien wereldrecords aan zijn palmares toevoegde. Daniels was ook een begenadigd bridger, squasher en golfer.

image024.jpg

Kinderen spelen het spelletje graag, maar in St-Louis was het bittere ernst en stond het op het programma. De vijf Amerikaanse deelnemers sprongen vanuit stand in het water en moesten zich dan zo ver mogelijk laten drijven zonder de minste beweging te maken. Wie na 60 seconden de langste afstand 'dreef' had gewonnen en dat was William Paul Dickey (1883-1950), een rondreizende verkoper, die 62 voet en 6 duim haalde, afgerond zo'n 19 meter, wat ver beneden het officieuze wereldrecord van 79 voet en 3 duim lag van de Engelsman W. Taylor in september 1902. Zonder tijdslimiet was Taylor zelfs aan 82 voet in 73,6 seconden geraakt.

image449.jpg 

De precieze oorsprong van de sport is onduidelijk, hoewel het waarschijnlijk afgeleid werd uit de start bij zwemwedstrijden. In het in 1904 uitgegeven boek Swimming van Ralph Thomas (1840-?) werden al records in die discipline gemeld die teruggingen tot 1865. In de editie uit 1877 van de British Rural Sports meldde sportjournalist John Henry Walsh (1810-1888) dat een zekere Mr. Young in 1870 56 voet had 'gedoken' en dat een zekere Drake 25 jaar eerder 53 voet had gehaald. De Engelse Amateur Swimming Association startte in 1883 een 'duikkampioenschap'. Rond 1900 werd die 'duikwedstrijd' regelmatig in de programma's van de Amerikaanse zwemwedstrijden vermeld en in 1898 rapporteerden ook de Amerikaanse kranten New York Times en Brooklyn Eagle over dit bizarre nummer.

Hoewel het na 1904 nooit meer betwist werd op Olympische Spelen, bleef het nummer een standaard onderdeel van Amerikaanse zwemwedstrijden uit die tijd. In 1912 'dreef' S.B. Willis, een duiker van de University of Pennsylvania, 80 voet in 60 seconden, waarmee hij het Amerikaans record van Millard Kaiser verbrak, die 75 voet 11 duim gedreven had.

Later was het onderdeel aan heel wat kritiek onderworpen:

"Helemaal geen sportief evenement, maar wel een wedstrijd waarin vetmassa's zich in het water laten vallen en min of meer met succes en afhankelijk van hun inertie daarvoor punten krijgen."

John Kiernan (1892-1981), sportjournalist bij de New York Times, omschreef het als:

"Het traagste ding van de kant van competitiesport, de stijlvolle corpulente kerels die aan deze inspannende gebeurtenis begonnen stortten zich enkel zwaar in het water om dan verder te drijven zoals ijsbergen in de vaargeulen van schepen."

In 1893 merkte een Engels rapport over de sport op:

"De toeschouwers zijn er niet door gecharmeerd, gezien de duiker na dertig of veertig meter beweegt in een tempo enigszins gelijkend op dat van een slak en de wedstrijden zijn voor niet-ingewijden een absoluut tijdverlies.'

Discriminerend

image025.jpg

Op de Spelen van St. Louis was er ook een vreemd nevenevenement dat vele Europeanen schokte, de 'Anthropological Days' of sportwedstrijden voor etnische minderheden. Gedurende twee dagen deden Amerikaanse Indianen, Kaffers, Pygmeeën, Filippino's, Patagoniërs en zelfs Turken en Syriërs mee aan belachelijke wedstrijden. Zwarten gooiden met plakkerige ballen naar elkaar, Indianen bootsten duels na met een lans en Pygmeeën wierpen een kogel van 10 kilo om ter verst. Voorts waren er wedstrijden stenen gooien, moddergevechten en paal klimmen. De Coubertin, die in St. Louis niet aanwezig was, veroordeelde deze 'Anthropoligical Days' niet, ook al waren ze een inbreuk op artikel 1 van het Olympisch handvest dat discriminatie verwerpt.

Bizarre nummers

Touwtrekken

image026.jpg

Milwaukee Athletic Club, winnaar van het touwtrekken: Henry Seiling (?-?), Conrad Magnussen (1874-1924), Pat Flanagan (?-?), Sid Johnson (?-?) en Oscar Olson (?-?). Hoewel de winnaars uitkwamen voor Milwaukee, waren ze allen afkomstig van Chicago. Henry Seiling was de broer van William Seiling (1864-1951), die met de eerste ploeg van Southwest Turnverein Of St Louis tweede werd, terwijl de tweede ploeg van dezelfde club als derde eindigde. Verder New York Athletic Club, het Zuid Afrikaanse Boer team en de Griekse ploeg van Pan Hellenic.

image027.jpg

Knotszwaaien

image153_1.jpg

Dit nummer werd slechts tweemaal betwist, op de Spelen van 1904 en 1932. In St Louis won Edward August Hennig (1879-1960), die nadien ook nog tweemaal goud haalde in het turnen. De knotsen hadden het uitzicht van bowlingkegels. Rechtstaand had de atleet een knots in elke hand en moest hij die zeer snel rond zijn hele lichaam en hoofd draaien met een variatie aan zo complex mogelijke bewegingen. De knotsen mochten de hand ook niet verlaten. Scheidsrechters kenden punten toe naar uitvoering en complexiteit. Hennig haalde ook dertien Amerikaanse titels, de laatste twee in 1951 en 1952, toen hij al 71 jaar oud was.

All round gewichtheffen

image029.jpg

De Amerikaan Oscar Osthoff (1883-1950) won het all-round gewichtheffen, een erg ingewikkeld en bizar nummer. Osthoff was bovendien een uitstekende zwemmer en deed ook succesvol aan schoonduiken, football, atletiek en turnen. Na zijn sportieve carrière werd hij coach van het football- en het atletiekteam van de Washington State University en beroepshalve was hij ingenieur.

image030.jpg

Netjes verdeeld over twee dagen moesten de atleten de dumbell op tien verschillende manieren opheffen, waaronder negen keer met één arm. Drie Amerikanen op het podium, geen verrassing eigenlijk want ze waren de enige deelnemers.

Lacrosse

Lacrosse werd betwist op de Spelen van 1904 en 1908. In 1904 namen twee Canadese teams het op tegen de lokale ploeg uit St. Louis. Shamrock Lacrosse Team uit Winnipeg won het goud, de thuisploeg het zilver en brons was weggelegd voor de Canadese ploeg die bestond uit Mohawk Indianen, waarvan we u de namen niet willen onthouden: Almighty Voice, Black Eagle, Black Hawk, Flat Iron, Half Moon, Lightfoot, Man Afraid Soap, Night Hawk, Rain In Face, Red Jacket, Snake Eater en Spotted Tail.

Uitvindingen

Tijdens deze Spelen werden ook twee uitvindingen gedaan. Arnold Fonachou verkocht in zijn expositie stand ijsroom, dat hij op kartonnen borden serveerde. Toen hij door zijn voorraad borden heen zat, vroeg hij een lading wafels die een Syriër op de stand naast hem verkocht. Fonachou rolde die op en vond op die manier het ijshoorntje uit.

Omdat het drukkend warm was kreeg de Oosterse delegatie haar thee niet verkocht. Ze serveerde het drankje dan maar met ijsblokjes, waardoor die theecombinatie het succes van de Spelen werd en meteen was de Ice-Tea geboren.