Geschiedenis van de doping

1964

In november 1964 stemde Frankrijk zijn eerste anti-doping wet.

Voetbal

Ondanks de straffen in de Italiaanse competitie verhoogd werden en ondanks er punten werden afgetrokken testten vijf spelers van AC Bologna positief bij een dopingonderzoek.

Wielrennen

image242_1.jpg

Dokter Pierre Dumas (1920-2000) overtuigde de International Sports Medicine Federation (ISMF) ervan om het UCI tot dopingtesten aan te sporen tijdens de 100km tijdrit van de Olympische Spelen in Tokio, Bij de start werden de ploegen gefouilleerd, maar dat leverde enkel wat onschuldige stoffen op. Er werden urinestalen afgenomen van de Nederlandse, Italiaanse, Zweedse, Argentijnse, Russische en Franse renners, maar er werd niets gevonden. Bij dertien renners trof men wel injectiesporen aan en na de race was de urine van sommige renners zelfs blauw gekleurd. Later zou blijken dat vooral de krachtatleten tijdens die Spelen massaal doping hadden gebruikt.

image503.jpg

Zesvoudig Duits kampioen Valentin Petry (1928-2016), die tussen 1950 en 1962 aktief was, deed tijdens een interview met het Duitse tijdschrift 'Zeitung' de dagelijkse praktijken in het wielrennen  in 1964 uit de doeken:

"Bij iedere seizoensvoorbereiding zocht ik eerst een goede begeleider, eentje die collega's naar overwinningen had geleid. Vier weken voor de start begon de kuur, de ganse dag week hij niet van mijn zijde. Eerst werd een voedingsplan opgesteld. Enkel rundsvlees, kalfsvlees en gevogelte, liefst gegrild. Om het bloed te zuiveren moest ik vervolgens thee van duindoornschors drinken. Tijdens de voorbereiding kreeg ik spuiten, iedere begeleider had zijn eigen systeem en geheime recepten. En daarna besefte je dat je je zo goed voelde dat je bomen zou kunnen uitrukken. Als de reserves uitgeput waren kreeg ik de juiste doping. Eerst cafeïne in kleine bolletjes die ik heel dikwijls moest slikken. Daarna strychnine en Pervitine en tenslotte de harde zaken. Ooit kreeg ik druppeltjes die me het gevoel gaven dat ik op wolken dreef. De middelen op voorschrift kwamen meestal uit België, omdat de apotekers daar niet zo kleinzierig waren als hier. In België was het wielrennen een nationale sport, een wielrenner was er een nationale held die bijna alles kreeg wat hij wilde. Maar ook uit Frankrijk kwamen heel wat combinaties van cafeïne en strychnine. Daarna kwamen de vaatverwijders waardoor de bloeddoorstroming beter werd en ook producten waardoor je geen pijn of ontbering meer voelde."