Anekdotes Olympische Spelen

Melbourne 1956

image001_7.jpg

Australië was het eerste land onder de evenaar dat Olympische Spelen mocht organiseren.

Meer dan 3.000 atleten uit 67 verschillende landen tekenden present.

De openingsplechtigheid ging door in een heuse hittegolf, de zon brandde zo ongenadig dat 225 mensen voor verzorging moesten afgevoerd worden, waaronder de leider van de Amerikaanse delegatie.

image003_8.jpg

De Olympische vlam werd door een onbekende 19-jarige knaap het stadion binnengebracht. Ron Clarke (1937-2015) werd later in de jaren zestig wel één van de meest succesvolle lange afstandslopers.

Internationale gebeurtenissen zorgden voor de eerste boycot. Britten en Fransen waren betrokken bij de Suezcrisis, reden waarom Egypte, Libanon en Irak forfait gaven. De Russische inval in Hongarije was er oorzaak van dat Liechtenstein, Nederland, Zweden, Zwitserland en Spanje afhaakten. De derde boycot kwam er op het allerlaatste moment, de Volksrepubliek China aanvaardde niet dat Taiwan aan de Spelen deelnam.

De Spelen werden 'The Friendly Games' genoemd, wat zeker niet van toepassing was op de waterpolowedstrijd tussen Hongarije en Rusland.

Bloed in het bad

image188.jpg

Ondanks de boycot van Spanje, Nederland en Zwitserland namen Hongarije en de Sovjet-Unie gewoon deel aan de spelen. Dit leidde onder andere tot een zeer gewelddadige waterpolowedstrijd, door Hongarije met 4-0 gewonnen.

Voor het eerst 

image002.jpg

Naar aanleiding van de suggestie van een Australische tiener, startte de Olympische traditie waarbij de deelnemers tijdens de sluitingsceremonie niet langer achter hun nationale vlag binnenkwamen, maar door elkaar als symbool van eenheid. De idee kwam van John Ian Wang (1939-), een 17-jarige Australiër van Chinese afkomst, die hierover een brief schreef aan de voorzitter van het organiserend comité. In 1992 nodigde President Juan Antonio Samaranch (1920-2010) Wing uit op het hoofdkwartier van het IOC in Lausanne en overhandigde hem een erepenning. Als dank voor zijn idee werd in Sydney een straat naar hem genoemd.

image189.jpg

Nadat alleen Westduitse atleten aan de Spelen van 1952 deelnamen, en hoewel het IOC de DDR 'voorlopig' erkende, was er in Melbourne een gezamenlijk Duits team. 37 van de 276 Duitsers kwamen uit de DDR en hun eerste goud ging naar de 20-jarige bokser Wolfgang Behrendt (1936-) die in de finale van het bantamgewicht op punten won van de Zuid-Koreaan Soon Chu Song (1934-).

image006.jpg

De Griek Georgios Roubanis (1929-) was de eerste polstokspringer met een glasvezelstok, wat hem brons opleverde met een sprong van 4m50. Winnaar werd de Amerikaanse springende dominee’ Bob Richards (1926-), die bij zijn derde poging over 4m56 ging en daarmee zijn titel van vier jaar voordien succesvol verdedigde. Landgenoot Bob Gutowski (1935-1960) werd tweede met een sprong van 4m53. Gutowski stierf op 35-jarige leeftijd bij een auto ongeval.

image008.jpg

Voor het eerst een valse start in de geschiedenis van de marathon. De Fransman Alain Mimoun (1921-2013) won het nummer een maand voor zijn 36ste verjaardag en was daarmee de oudste winnaar ooit.

Ruiters naar Stockholm

image010.jpg

Vanwege de strenge wetgeving kon de paardensport niet in Australië doorgaan, dat land eiste immers dat de dieren zes maanden in quarantaine moesten blijven. Daarom werden de verschillende onderdelen vijf maanden voor de Spelen in Stockholm afgewerkt. Hans-Günther Winkler (1926-) won met zijn Duitse ploegmaats het landennummer en werd hiervoor tot held gepromoveerd. Een spierscheur uit de eerste ronde bezorgde hem immers vreselijke pijnen, zodat hij bij de tweede doorgang bijna bewusteloos in het zadel zat. ‘Wondermerrie’ Halla was die dag echter superieur en sprong foutloos over alle hindernissen. Na het individuele nummer het tweede goud voor Winkler. Later won hij met het Duitse team ook nog goud op de Spelen van 1960, 1964 en 1972, terwijl hij in Mexico 1968 en Montréal 1976 brons veroverde. In 1954 en 1955 kroonde hij zich tot wereldkampioen, in 1957 tot Europees kampioen.

image012.jpg

Winkler hield zich nadien bezig met skiën, tennis en het kweken van vissen. In de vijver van zijn 3,5 ha groot domein spartelden achttien Koikarpers, waarvan de duurste zesduizend Euro kostte. Hij leefde ook meer dan twintig jaar samen met zijn vierde vrouw Debbie Malloy (1959-2011) een Amerikaanse ruiter van wereldklasse, die 34 jaar jonger was maar die in 2011 overleed na een tragische val van haar paard. Door dat leeftijdsverschil was Winkler zelfs ouder dan zijn schoonvader.

De meest succesvolle atleten 

De Sovjets domineerden de Spelen met 98 medailles, de Amerikanen wonnen er 74.

image014.jpg

De Sovjet-Unie domineerde het turnen, de Oekraïner Viktor Tschukarin (1921-1984) won vijf medailles, waarvan drie gouden. In zijn loopbaan was hij goed voor elf plakken, waaronder vier gouden. De eerste haalde hij in 1952, terwijl hij toen al dertig jaar oud was.

image016.jpg

De Russische Larissa Latynina (1934-) won vier keer goud, éénmaal zilver en éénmaal brons. Van 1956 tot 1964 verzamelde ze liefst achttien Olympische medailles, waaronder negen gouden, vijf zilveren en vier bronzen. Na de politieke omwenteling in de Sovjet-Unie van de jaren '90, woonde Latynina jarenlang in Japan, maar nadien keerde ze terug naar haar geboorteland.

image022.jpg

Ook de Hongaarse turnster Agnes Keleti (1921-) sprokkelde vier gouden medailles en voegde daar twee zilveren aan toe. Na de Russische inval in Hongarije besloot ze samen met nog 44 andere Hongaarse sporters in Australië te blijven, waar ze politiek asiel kreeg. In 1957 emigreerde ze naar Israël, waar ze sportleraar werd aan de Universiteit van Tel Aviv en het Wingate Instituut in Netanya. Tot de jaren '90 coachte ze ook de Israëlische turnploeg.

image024.jpg

De Australische Shirley de la Hunty (1925-2004) won de 80m horden en met het estafettekwartet ook de 4 x 100m. Na de Spelen beëindigde ze haar sportcarrière met een totaal van zeven medailles, drie gouden, een zilveren en drie bronzen.

image025.jpg

De 18-jarige Betty Cuthbert (1938-2017) kreeg de titel ‘Golden Girl’, nadat ze in de 100, de 200 en de 4 x 100m goud veroverde. In dat laatste nummer haalde ze de achterstand op tegen de Engelsen en vestigde ze met 44”5 ook een nieuw wereldrecord. Vier jaar later op de Spelen van Rome strooide een Hamstringblessure roet in het eten, na de eerste ronde moest ze al opgeven. Maar in 1964 in Tokio vierde ze haar comeback met winst op de 400m.

“De enige perfecte race uit mijn leven,” oordeelde ze zelf.

image026.jpg

Daarmee werd ze de enige vrouwelijke atlete die op drie verschillende spurtnummers goud won. Van 1956 tot 1964 liep ze achttien wereldrecords op de 60m, 100y, 220y, 400m, 4 x 100m en 4 x 200m. In 1979 kreeg ze Multiple Sclerose, op de Spelen van Sydney in 2000 werd ze door ex-zwemster Dawn Frasier (1937-) het stadion binnengereden in een rolstoel, waarop de Olympische vlam bevestigd was. De hoofdstraat van het Ermington shopping centre is naar haar genoemd en in 2010 werd ook een roos met haar naam gedoopt.

image030.jpg

Driemaal goud voor de Amerikaanse sprinter Bobby Morrow (1935-) iop de 100, 200 en 4 x 100m. Net voor de Spelen had een hardnekkig virus hem parten gespeeld, waardoor hij zeven kilo afviel. Het belette hem niet om met een chrono van 20.6 het wereldrecord 200m van Jesse Owens (1913-1980) scherper te stellen. Morrow speelde aanvankelijk American Football tijdens zijn studies aan de San Benito High School. Een rasechte sprinter werd hij pas toen hij aan het Abilene Christian College ging studeren, waar zijn coach hem vroeg om aan atletiek te komen doen. Na zijn sportloopbaan werd Morrow landbouwer.

Pech

image032.jpg

In België waren de verwachtingen voor een gouden medaille van Roger Moens (1930-) zeer hoog gespannen. Moens liep zes maanden voor de Spelen met 1.45.7 een nieuw wereldrecord op de 800m. Maar in september 1956 sloeg het noodlot toe, toen hij tijdens het trainen tegen een paaltje aanliep en daaraan een spierletsel overhield. Moens moest noodgedwongen forfait geven voor de Spelen. Zijn wereldrecord hield zeven jaar stand tot het in 1962 door de Nieuw-Zeelander Peter Snell (1938-) verbeterd werd. Als Belgisch record werd het pas in 1975 door Ivo Van Damme (1954-1976) naar de annalen verwezen.

Geen medaille maar toch succes

image729.jpg

Met haar vierde plaats miste de Zweedse hoogspringster Gunhild Larking (1936-) nipt het podium, maar haar knappe verschijning wekte heel wat internationale interesse. George Silk (1916-2004), die de Spelen versloeg als fotograaf van het beroemde Amerikaanse magazine Life, kiekte haar met zijn telelens en toen die gepubliceerd werd kreeg de uitgever massaal veel reacties van mannen.

Oeps, kleine vergissing

Toen voor Taiwan per vergissing de Chinese vlag gehesen werd, spurtten de deelnemers van dat eiland naar de vlaggenmast en sleurden ze de vlag naar beneden.

Toen al

image034.jpg

Net voor de Spelen slingerde de Amerikaan Hall Connolly (1931-2010) de kogel 70m33 ver, het eerste van zijn zeven wereldrecords die hij bijna tien jaar in zijn bezit hield. Het bijzondere was dat Connolly bij zijn geboorte een ernstige zenuwbeschadiging had opgelopen aan de linkerarm, waardoor die slecht ontwikkelde. Na Melbourne nam hij nog driemaal deel aan de Spelen, maar haalde hij geen medailles meer. Connolly startte in Melbourne een liefdesaffaire met de Tsjechische discuswerpster Olga Fikotová (1932-). Na de Spelen huwden ze, maar in 1973 gingen ze uit elkaar. Daarna trouwde Connolly met Pat Winslow (1943-), een voormalige vijfkampspecialiste en de eerste vrouwelijke coach aan de University of California, die onder andere Evelyn Ashford (1957-) naar Olympisch goud en een wereldrecord van 10.76 op 100m leidde. In 1973 bekende Connolly dat hij doping had gebruikt en verklaarde hij onder eed aan de United States Senate Committee:

”De overweldigende meerderheid atleten die ik ken zou alles slikken en bijna zichzelf doden om hun atletische prestaties te verbeteren. Ik ken heel wat atleten uit het Olympisch team van 1968 die zoveel littekenweefsel en zoveel punctiegaatjes op hun achterwerk hadden dat het moeilijk was om een nieuw plekje te vinden voor de zoveelste inspuiting."

image036.jpg

Connolly verliet Melbourne dus niet alleen met een gouden medaille en een nieuw Olympisch record kogelslingeren, maar ook met een trouwring plus het discusgoud van zijn kersverse bruid Olga Fikotová (1932-). Met 53m69 deed de Tsjechische beter dan de 52m54 en de 52m02 van de Russinnen Irina Beglyakova (1933-) en Nina Romashkova-Ponomaryova (1929-2016), die het nummer vier jaar voordien gewonnen had. Het koppel werd bij hun burgerlijke trouw in Praag door zo maar eventjes 40.000 fans toegejuicht. Ze verhuisden naar de Verenigde Staten waar Olga Fikotová vijf Amerikaanse discustitels haalde. Daarna vertegenwoordigde ze de Verenigde Staten viermaal op Olympische Spelen, maar ze won geen medailles meer. Op haar laatste Spelen in München, droeg ze de Amerikaanse vlag tijdens de openingsceremonie. Het jaar nadien scheidde ze van Connolly en verhuisde ze naar het Californische Newport Beach, waar ze recreatiebenodigdheden verkocht en les gaf als fitness-instructrice.

Véél te zwaar

image038.jpg

De Amerikaan Charles Vinci (1933-), een amper 1m50 grote gewichtheffer bij de bantams, ontdekte een kwartier voor het wegen dat hij 200 gram te zwaar was. Hij spurtte naar een kapper en die snijbeurt bezorgde hem niet alleen het juiste gewicht maar ook het goud met een wereldrecord bovenop.

Fairplay

image039.jpg

Commotie in de 3.000m steeple die de onbekende Brit Chris Brasher (1928-2003) won met vijftien meter voorsprong. De scheidsrechters diskwalificeerden hem echter omdat hij de Noor Ernst Larsen (1926-2015) zou gehinderd hebben. Daardoor kreeg de Hongaar Sándor Rozsnyói (1930-2014) het goud zomaar in de schoot geworpen. De Brit ging in beroep en werd door Larsen gesteund, maar ook door de Duitser Heinz Laufer (1925-2010), die daardoor het brons misliep en tot ieders verbazing ook door de Hongaar Rozsnvoi, waardoor Brasher na drie uur deliberatie toch nog goud kreeg. Na zijn sportieve loopbaan organiseerde hij de London Marathon. Hij bouwde een indrukwekkende carrière uit als sportredacteur bij de Britse krant The Observer en als TV-reporter voor het BBC-programma Tonight. Hij was ook één van de pioniers van het oriëntatielopen, waarover hij in 1957 in 'The Observer' berichtte:

“Ik heb zonet voor de eerste keer aan een van de beste sporten ter wereld deelgenomen. Het is moeilijk om het een naam te geven. In Noorwegen noemen ze het 'orientation'..."

image005_1.jpg

Hij trouwde met tenniskampioene Shirley Bloomer (1934-), die drie Grand Slam titels won.

Massaal naar het Westen

45 leden van de Hongaarse delegatie keerden na de Spelen niet terug naar hun land.

The Black Spider

image041.jpg

Het voetbaltornooi werd door de Sovjet-Unie gewonnen, wat vooral aan doelverdediger Lev Yashin (1929-1990) te danken was, die nadien tot een voetballegende uitgroeide en de bijnaam 'Black Spider' kreeg.

Hongarije gekortwiekt

image190_1.jpg image191.jpg

Op de Spelen van Melbourne waren twee belangrijke Hongaarse kampioenen afwezig. Geza Kadas (1926-1979), acht jaar voordien in Londen nog goed voor het brons op de 100m vrije slag en vier jaar later vijfde in diezelfde finale, zat in de gevangenis en tienkamper István Hegedűs (1924-1956) werd op de barricaden gedood bij de Russische inval in Hongarije.

NBA

image043.jpg

Het Amerikaanse basketteam zorgde voor de grootste dominantie uit de Olympische geschiedenis, ze scoorden dubbel zoveel korven als hun tegenstanders en wonnen elke wedstrijd met minstens dertig punten  verschil. Het vijftal werd geleid door Bill Russell (1934-), die uitgroeide tot één van de grootste legendes uit de NBA die een helpende hand had in de elf NBA titels van Boston Celtics.

Unieke drievoudige winst

image045.jpg

De Hongaarse bokser Laszlo Papp (1926-2003) schreef geschiedenis met zijn derde opeenvolgend goud bij de junior middelgewichten. In Melbourne versloeg hij Puerto Ricaan José Torres (1936-2009). Als amateur betwiste hij 312 kampen, waarvan hij er 301 won, zes keer gelijk bokste en vijf nederlagen opliep. Als prof bleef Papp ongeslagen. Eind 1964 stopte hij zijn bokscarrière, met een record van 28 keer winst, twee keer gelijk en geen enkel verlies. 21 van zijn overwinningen behaalde hij met een KO.

Tweemaal goud en evenveel wereldrecords

image047.jpg

Zoals steeds zorgden de lange atletieknummers voor memorabele wedstrijden. De Rus Vladamir Kuts (1927-1975) won zowel de 5.000 als de 10.000m en brak in beide wedstrijden het wereldrecord. In 1954 had hij al internationale bekendheid verworven toen hij op de 5.000m van het EK in het Duitse Berne de Tsjech Emil Zátopek (1922-2000) en de Brit Christopher Chataway (1931-2014) achter zich hield. En passant brak hij ook nog even het wereldrecord. Enkele maanden later verloor hij die besttijd aan Chataway om hem tien dagen later opnieuw te heroveren. Hoewel dat wereldrecord in 1955 opnieuw verbeterd werd, was hij één van de topfavorieten voor de Spelen van Melbourne. De Brit Gordon Pirie (1931-1991), zijn grootste tegenstander op de 10.000m, liep eerder dat jaar een wereldrecord op de 5.000 m, maar Kuts liep kort voor de Spelen een nieuwe wereldtijd over 10.000m. In de finale van die 10km nam Kuts zoals steeds de leiding vanaf het startschot. Vier ronden voor het einde brak de moraal van Pirie en Kuts won makkelijk. De eindstrijd van de 5.000 m vijf dagen later was een formaliteit waarbij Kuts een tweede gouden plak won. In 1957 bracht hij het wereldrecord van de 5.000 m op 13.35,0, een chrono die pas in 1965 door de Australiër Ron Clarke (1937-2015) verbeterd werd. In 1959 plaatste Kuts een punt achter zijn sportcarrière, omdat hij vond niet meer mee te kunnen met de top. Op 48-jarige leeftijd stierf hij in Moskou aan een hartaanval.

Belgische prestaties

Opnieuw een povere oogst voor de Belgen, amper twee medailles

image114.jpg

Zeiler André Nelis (1935-2012) veroverde zilver in de Dinghy klasse.

image116.jpg

Worstelaar Jef Mewis (1931-) won hetzelfde eremetaal in de vrije stijl.

Zwemmen

image007_4.jpg

De door enkele schoolslagzwemmers uitgevonden ‘vlinderslag’ werd een discipline apart.

Voor een talrijk opgekomen thuispubliek lieten de Australische zwemmers zich van hun beste zijde zien, zowel bij de mannen als de vrouwen wonnen ze alle vrije slag nummers en veroverde het team acht gouden, vier zilveren en twee bronzen medailles. De mannen wonnen vijf van de zeven titels.

image049.jpg

Na Johnny Weismuller (1904-1984) was de 17-jarige Murray Rose (1939-2012) de eerste om twee vrije slag nummers te winnen, de 400 en de 1500m met de titel en het wereldrecord van de 4 x 200m vrije slag als toetje. Rose werd in Schotland geboren, maar na Wereldoorlog II verhuisden zijn ouders naar Australië. Hij was gekend om zijn strikte vegetarische levensstijl, wat hem de bijnaam 'The Seaweed Streak' (de zeewier flits) opleverde. In totaal zette hij vijftien wereldrecords neer. Een laan dicht bij het Olympisch stadion werd naar hem genoemd. In 1960 tijdens de Spelen van Rome won hij goud op de 400m vrije slag, zilver op de 1500m vrije slag en met het estafettekwartet brons in de 4 x 200m vrije slag.

image002_2.jpg

Bill Yorzyk (1933-) was de eerste vlinderslagzwemmer die de dubbele dolfijnknik gebruikte en meteen dus ook de eerste die het dolfijnnummer zwom zoals we het heden ten dage kennen. Het legde de Amerikaan geen windeieren, met 2.19.3 haalde hij vlot het goud over 200m vlinderslag, de Japanner Takashi Ishimoto (1935-2009) en de Hongaar György Tumpek (1929-) eindigden tweede en derde op ruim 4,5 seconden. Nadien brak Yorzyk het wereldrecord elf keer.

image050.jpg

Dawn Fraser (1937-) won goud op de 100  en 4 x 100m vrije slag. De nacht voor de finale van het koninginnenummer had ze nochtans een nachtmerrie, ze droomde dat ze die eindstrijd in een bad vol spaghetti moest zwemmen en hoezeer ze ook haar best deed ze geraakte geen meter vooruit. Later zou ze in het koninginnennummer als eerste vrouw onder de minuut duiken en dat wereldrecord werd pas in 1973 gebroken, acht jaar nadat Frasier haar badpak aan de wilgen had gehangen. Een verplicht stoppen overigens, de Australische zwembond schorste haar tien jaar. Ze was nooit een makkelijke meid geweest, maar alles escaleerde in 1964 tijdens de Olympische Spelen van Tokio. Ze droeg daar een oud zwempak dat volgens haar beter paste, maar daarmee gingen de sponsors niet akkoord. Zonder toestemming marcheerde ze mee in de openingsceremonie en later klom ze aan het paleis van Keizer Hirohito (1901-1989) in een vlaggenmast om er een Olympische vlag te stelen. De keizer vergaf het haar en schonk haar de vlag als aandenken en na vier jaar werd ook haar schorsing opgeheven. In totaal veroverde ze acht Olympische medailles, waarvan vier gouden. Op de Spelen van Sydney werd ze in ere hersteld en liep ze de fakkel het stadion in.

image052.jpg

Opnieuw controverse in de schoolslagnummers. Omdat het bovenkomen na een armslag de snelheid afremde, verkozen heel wat zwemmers om verder te zwemmen onder water. Zes werden gediskwalificeerd, omdat ze veel te lang onder bleven. De regels waren immers veranderd, bij het eerste bovenkomen na start of keerpunt diende men na iedere armslag opnieuw boven water te komen. De Japanner Masaru Furukawa (1936-1993) omzeilde die regel, hij kwam na de start helemaal niet boven en bleef tot net voor elk keerpunt onder water. Dat leverde hem het goud op in de 200m schoolslag. Uiteraard kreeg hij opvolgers, maar heel wat van hen kregen problemen wegens zuurstoftekort. Het verplichtte de FINA om de regels opnieuw te herzien: het hoofd moest vanaf toen na iedere cyclus boven water komen. In totaal verbeterde Furukawa het wereldrecord van de 200m schoolslag tien keer.

image054.jpg

David Theile (1938-) won de 100m rugslag in 1.02.2, een nieuw wereldrecord. Vier jaar later in Rome verdedigde hij zijn titel met succes en haalde hij met het Australisch team zilver in de 4 x 100m wisselslag. Tijdens de reeksen hadden enkele officials opmerkingen over zijn keerpunt en vroegen ze hem een demonstratie daarvan te geven. Dat weigerde hij pertinent. Om zich optimaal op de Spelen van Melbourne voor te bereiden had hij zelfs zijn doktersstudies even uitgesteld. In 1962 studeerde hij af als arts en specialiseerde hij zich als chirurg.

image055.jpg

Opnieuw twee duiktitels voor de Amerikaanse Pat McCormick (1935-), een unieke dubbel-dubbel
 
image057.jpg

Ook bij de mannen normaal gezien twee gouden medailles voor dezelfde duiker, maar de Russische en de Hongaarse kamprechters gaven de Amerikaanse favoriet Gary Tobian (1935-) in het torenspringen zulke lage cijfers dat de overwinning onverwacht naar de Mexicaan Joaquim Capilla (1928-2010) ging met amper 0,3 punten verschil. Capilla had voordien brons gehaald op de 3m-plank.