Olympische Spelen Helsinki 1952

Helsinki -1952

image001.png

De Spelen van Helsinki startten met een officieel eerbetoon dat meteen ook een heus eerherstel was. De levenslang geschorste Paavo Nurmi (1897-1973) liep als laatste met de fakkel het stadion in en stak er het Olympisch vuur mee aan. Het Finse publiek reageerde laaiend enthousiast.

4.955 atleten, waaronder 519 vrouwen, vertegenwoordigden 69 landen in 149 proeven van 17 verschillende sporten.

De Spelen waren uiteindelijk zo goed georganiseerd, dat sommige waarnemers voorstelden om de Olympiades permanent in Scandinavië te organiseren.

image247.gif

Tijdens de openingsceremonie trachtte de jonge Duitse vredesactiviste Barbara Rotraut-Pleyer (1929-2000) later bekend als Peace Angel, een vredesboodschap voor te lezen op het spreekgestoelte. Dat werd haar verhinderd door het Finse IOC-lid Eric von Frenckell (1887-1977). De Duitse had nauwelijks het woord Peace uitgesproken toen ze als gevolg van haar spurt naar het spreekgestoelte even naar adem moest snakken.

Op de Spelen van 1948 waren ze nog niet van de partij, nu mochten Duitsland en Japan opnieuw opdraven. Voor Duitsland traden atleten uit West-Duitsland en het Saarland aan. Saarland, op dat ogenblik nog onder het protectoraat van Frankrijk, had immers een eigen NOK en kwam met een eigen ploeg opdagen. Zonder succes overigens, het haalde geen enkele podiumplaats. De Duitsers daarentegen sprokkelden zeven zilveren en zeventien bronzen medailles.

De Finse organisatoren wilden geschillen uit de weg gaan en gingen in op de eisen van de Sovjets, speciaal voor hen en voor andere landen uit het Oostblok werd in Otaniemi een apart Olympisch dorp gebouwd en ze beschikten er ook over een eigen trainingsstadion.

De kleinste

Helsinki was de kleinste stad ooit die Olympische Spelen herbergde, de Finse hoofdstad telde amper 367.000 inwoners.

Voor het eerst  

Eerste goud voor de Russische turnsters in een reeks van acht opeenvolgende overwinningen.

image002.jpg

De regels bij de paardensport waren aangepast zodat ook niet-militairen en zelfs vrouwen konden deelnemen. Zonder twijfels was de Deense Lis Hartel (1921-2009) de meest opmerkelijke verschijning. In 1943 en 1944 werd ze nationaal kampioene dressuur, maar in september van dat laatste jaar kreeg ze polio en raakte ze volledig verlamd. De zwangere Hartel was vastberaden om opnieuw te bewegen en herwon langzamerhand de controle over haar spieren. Ook haar kind werd gezond geboren. Wel bleef ze verlamd tot aan haar knieën, maar ondanks die handicap wilde ze terug paardrijden. Dit lukte na moeizame pogingen en in 1947 nam ze opnieuw deel aan wedstrijden, hoewel men haar op en van het paard moest helpen. In 1952 trad ze aan op de Spelen van Helsinki en tot ieders verbazing won ze met haar paard Jubilee zilver. Bovendien was Hartel daarmee de eerste vrouwelijke olympische medaillewinnaar in het paardrijden. In 1954 werd ze wereldkampioene en in 1956 haalde ze opnieuw Olympisch zilver.

image003.png

Als eerste niet-militair won Lars Hall (1927-1991) de moderne vijfkamp. Vier jaar later herhaalde de Zweedse timmerman die stunt en in 1950 en 1951 kroonde hij zich in die discipline tot wereldkampioen .

image005.png

De Amerikaan Bob Mathias (1930-2006) was de eerste atleet die twee opeenvolgende Olympische titels won in de tienkamp. Nu zelfs met een nieuw wereldrecord van 7887 punten en met ruim 900 punten voorsprong op de nummer twee, zijn landgenoot Mitch Campbell (1933-2012). Floyd Simmons (1923-2008) zorgde met zijn derde plaats dat het podium helemaal Amerikaans gekleurd was.

image006.jpg

Voor het eerst ook Russische atleten op de Spelen, die prompt de tweede plaats in de medaillestand opeisten. Het eerste Russisch goud ging naar Nina Romashkova (1929-2016) in het discuswerpen. Met 53m61 lukte ze één maand na de Spelen in het Russische Odessa een nieuw wereldrecord. Vier jaar later tekende de Russin opnieuw present op de Spelen van Melbourne, maar toen strandde ze op de derde plaats. Nog eens vier jaar later in Moskou veroverde ze echter opnieuw goud.

image008.jpg

Dank zij een fenomenale eindspurt en met een chrono van 3.45.2 haalde Josy Barthel (1927-1992) verrassend goud op de 1.500m. De Luxemburger finishte voor de Amerikaan Bob McMillen (1928-2007), die exact dezelfde chrono lukte en voor de Duitser Werner Lueg (1931-2014), die de meet 2/10de later overschreed. Net voor de Spelen had Lueg met 3.43.0 in Berlijn nog een nieuwe wereldrecord gelopen. Meteen ook het eerste goud voor het Groot Hertogdom Luxemburg. Normaal gezien ook het enige tot dan toe, als niet was uitgekomen dat Michel Théato (1878-1919), die in 1900 voor Frankrijk de marathon won eigenlijk een Luxemburger was. Van 1977 tot 1984 was Barthel Minister in eigen land. Bovendien werd er een stadion en een gymnasium naar hem vernoemd.

image001_6.jpg

Eerste Japans goud na Wereldoorlog II met worstelaar Shohachi Ishii (1926-1980) in het Bantamgewicht. Zesmaal zilver en tweemaal brons vervolledigden de Japanse buit.

De meest succesvolle atleten

Met 76 stuks haalden de Verenigde Staten de meeste medailles, waaronder 40 gouden. De Sovjet Unie op plaats twee verzamelde 71 keer eremetaal. Op plaats drie Hongarije, dat met amper negen miljoen inwoners liefst 42 medailles verzamelde.

India won voor de vijfde opeenvolgende keer het goud met zijn hockeyteam.

image010.png

De Oekraïner Viktor Chukarin (1921-1984), won voor Rusland vier gouden medailles in het turnen: all-round, team, paard voltige en sprong en twee zilveren (ringen en baren). Vier jaar later voegde hij er daar drie gouden en twee zilveren aan toe, wat zijn totaal op elf plakken bracht.

image011.png

Niet meer gebonden door de gelimiteerde deelnames die men op de vorige Spelen aan vrouwen stelde, haalde de Russische turnster Maria Gorokhovskaya (1921-2001) twee gouden en vijf zilveren plakken.
 
image012.jpg

De Tsjechische locomotief Emil Zatopek (1952-2000) werd de eerste atleet die op dezelfde Olympische Spelen zowel de 5.000m, de 10.000m als de marathon won. Niemand nam Zatopek's deelname aan de marathon voor serieus, gezien hij nog nooit een wedstrijd over die afstand gelopen had. Op training maalde hij die 42 kilometer echter meerdere malen af, waardoor hij in Helsinki alle anderen overklaste. Op het ogenblik dat de Argentijn Reinaldo Gorno (1918-1994) als tweede de meet overschreed had Zatopek al honderden handtekeningen uitgedeeld.

image013.png

Terwijl Zatopek zijn 5.000m afhaspelde, won zijn vrouw Dana Zátopková (1922-) het speerwerpen met een worp van 50m47.

Thank's daddy

In 1924 selecteerde het Amerikaans Olympisch Comité kanoër Bill Havens voor de Spelen van Parijs. Omdat zijn vrouw hun eerste kindje verwachtte bedankte Havens voor de eer. De kleine liet echter op zich wachten en Bill had rustig naar Parijs kunnen afreizen. Nu liep hij het goud mis dat zijn teammaats en zijn vervanger behaalden.
 
image185.jpg

Achtentwintig jaar later vertegenwoordigde dat kindje de Verenigde Staten in Helsinki en hoe? Frank Havens (1924-) won goud in de individuele Canadese kano 10.000m, waarmee hij vaderlief geen schoner eerbetoon kon geven. Vanuit Helsinki stuurde hij het volgende telegram:

"Papa, bedankt om in 1924 op mijn geboorte te hebben gewacht. Ik kom naar huis met de gouden medaille die jij toen had moeten winnen. Je liefhebbende zoon Frank."

William Havens (1919-2013), de oudere broer van Frank was vier jaar voordien in datzelfde nummer vijfde geëindigd op de Spelen van Londen.

Demosport

image249.jpg

Pesapallo, ook wel het Finse baseball genoemd, stond in Helsinki als demonstratiesport geprogrammeerd. Vooral de Amerikaanse media schonken er veel aandacht aan, maar volgens het magazine Sporting News was het 'baseball for sissies'.

Net geen drie

image015.png

Na haar overwinningen op de 100 en de 200m zag de Australische Marjorie Jackson (1931-) alle kansen op een derde gouden plak vervliegen, toen één van haar teammaats bij een wissel in de 4 x 100m de stok liet vallen. De Amerikanen kregen daarmee de overwinning op een gouden schoteltje aangeboden, al liepen ze met 45.9 wel een nieuw wereldrecord. In het vliegtuig naar Helsinki leerde Jackson wielrenner Peter Nelson (1928-1977) kennen, waarmee ze het jaar nadien huwde. In 1977 stierf Nelson aan leukemie. Het jaar daarop stichtte Marjorie Jackson het 'Peter Nelson Leukaemia Research Fellowship', een onderzoekscentrum naar die ziekte.

De jongste

image186.jpg  

Barbara Jones (1937-) in de Amerikaanse estafetteploeg 4 x 100m, die met 15 jaar en 123 dagen de jongste atlete werd die goud won in atletieknummers. Ze miste de Spelen van 1956, maar won in 1960 opnieuw goud op de 4 x 100m.

FBI achtervolgd

image187_1.jpg

FBI agent Horace Ashenfelter (1923-) won de 3000m steeple. Op plaats twee de Rus Vladimir Kazantzev (1923-2007), wat bij de Amerikaanse pers de grap ontlokte dat hij de eerste spion was die door Russen achtervolgd werd.

Machtswissel

image018.png

In de finale van de 80m horden viel titelkandidate Fanny Blankers-Koen (1918-2004). De zeven jaar jongere Shirley Strickland-de la Hunty (1925-2004) won het nummer in de nieuwe wereldtijd van 10.9. Voordien was ze ook al derde geworden op de 100m en vier jaar voordien in Londen haalde ze brons op de 100m en de 110m horden en zilver met de estafetteploeg van de 4 x 100m. In 1956 later verdedigde ze haar titel met succes in eigen land en won ze met de estafetteploeg ook de de 4 x 100m.

Kwestie van centimeters

image019.png

Met een worp van 17m41 won de Amerikaan Parry O'Brien (1932-2007) het kogelstoten, twee centimeter verder dan zijn landgenoot Darrow Hooper (1932-). De derde Amerikaan Jim Fuchs (1927-2010) haalde brons met 17m06. In 1956 hernieuwde O’Brien zijn Olympische titel en in november van dat jaar bracht hij het wereldrecord op 19m25. In Helsinki verbaasde hij vriend en tegenstander met zijn nieuwe techniek. Bij aanvang stond hij met het aangezicht naar de achterzijde van de cirkel en vervolgens draaide hij 180 graden voor hij de kogel losliet. Hiermee stootte hij op 9 mei 1953 als eerste over de 18 meter en later zelfs meer van 19 meter. Het idee was 'hoe langer je duwt, hoe verder je stoot'. De techniek werd later de 'O'Brien Glide' genoemd. Voor 1951 was hij niet verder dan 16m80 geraakt. Van 1953 tot 1956 verbeterde hij met die nieuwe techniek zeventien keer het wereldrecord en veroverde hij evenveel Amerikaanse titels. Tussen juli 1952 en juni 1956 won hij 116 wedstrijden op rij. Op 75-jarige leeftijd overleed Patrick O'Brien in een zwembad tijdens de Southern Pacific Masters Association regional swimming competition van de Santa Clarita Aquatics club.

Vier wereldrecords 

image020.png
 
De Braziliaan Adhemar Ferreira da Silva (1927-2001) was de beste in het hink-stap-springen. In de finale verbeterde hij liefst vier keer het eigen wereldrecord en bracht hij het van 16m01 naar 16m22. Vier jaar later in Melbourne verdedigde hij met een sprong van 16m35 zijn titel met succes.

Sky-high

image021.png

De eerste contacten tussen de Sovjets en andere atleten verliepen vrij stroef, maar toen de Amerikaan Bob Richards (1926-) met een sprong van 4m55 het polsstokspringen won waren de Sovjets de eersten om hem feliciteren. Richards kwalificeerde zich voor de Spelen als de 'Springende Dominee'. Beroepshalve was hij namelijk dominee en aangezien dat een dagtaak was, moest hij noodgedwongen 's nachts trainen. Na zijn overwinning in Helsinki liet Richards optekenen:

“Ik ben de enige dominee ter wereld die eigen middelen gebruikt om in de hemel te komen.”

Vier jaar later in Melbourne verdedigde hij zijn titel met succes.

Oorlog gaat voor

image002_20.jpg

Etienne Gailly (1922-1971), die vier jaar voordien een onvergetelijke finale liep van de marathon was er in Helsinki niet bij. Op dat ogenblik vocht de Belgische para met zijn regiment in Korea.

Basket kan hard zijn

De basketploeg van Uruguay maakte er een potje van. In de wedstrijd tegen Frankrijk stonden er door hun brutaal spel op het einde nog drie spelers op het veld. De wedstrijd werd verloren en samen met hun supporters vielen de spelers scheidsrechter Vincent Farell aan. Twee van hen werden daarop huiswaarts gestuurd. In de daaropvolgende wedstrijd tegen de Sovjet Unie moesten drie Russische spelers met kwesturen naar de kant. Maar nog was het niet gedaan, ondanks dit alles plaatste Uruguay zich voor de strijd om het brons en daarin kregen ze de buren uit Argentinië voorgschoteld. Ook die partij stond bol van de rellen, vooral tussen de spelers en de fans. Uruguay haalde tensotte brons dank zij een 60-59 overwinning.

Belgische prestaties

image109.jpg

Wielrenner André Noyelle (1931-2003) won niet alleen de titel op de weg,

image111.jpg

Samen met Raymond Grondelaers (1933-1989), Lucien Victor (1931-1995) en de 18-jarige Rik Van Looy (1933-) was hij ook de beste in het landenklassement, wat hem dus twee gouden medailles opleverde. Later dat jaar eindigde hij ook tweede op het WK. Nu in Helsinki finishte Raymond Grondelaers (1933-1989) op de tweede plaats.

image113.jpg

Zilver in de twee zonder stuurman was weggelegd voor het roeiers Bob Baetens (1930- ) en Michel Knuysen (1929-2013).

Controverse in het boksen

image022.png

In de finale van de zwaargewichten werd de Zweedse bokser Ingemar Johansson (1932-2009) gediskwalificeerd. Blijkbaar raakte hij in paniek door de zwaaiende vuisten van de Amerikaan Edward Sanders (1930-1954) en liep hij rondjes in de ring. ‘Gebrek aan vechtlust,’ luidde het verdict van de jury. De Zweed zelf hield vol dat hij die rondjes liep om zijn reuzegrote tegenstander te vermoeien, om hem daarna in de slotfase te kunnen afslachten. Toch werd hij gediskwalificeerd en kreeg hij zelfs de zilveren plak niet. In 1982 werd die misser rechtgezet en kreeg hij in extremis toch nog waar hij recht op had. Johansson werd beschouwd als een bokser uit de wereldtop 100. Zijn memorabele wedstrijden tegen Floyd Patterson (1935-2006) voor de wereldtitel maakten hem wereldberoemd. De 17-jarige Patterson had in Helsinki goud gewonnen bij de middelgewichten. Winnaar Sanders van zijn kant werd na de Spelen professional en won zeven van zijn eerste acht kampen. In december 1954 bokste hij tegen Willie James voor de titel van New England bij de zwaargewichten. In de elfde ronde sloeg James Edward Sanders knock out, waardoor die achttien uur later stierf.

Goud ondanks kinderverlamming

image023.png

Ondanks hij op 9-jarige leeftijd polio kreeg en hierdoor drie jaar niet kon lopen, tekende de Amerikaan Buddy Davis (1931-) voor een schitterende sportcarrière. In Helsinki won hij het hoogspringen met een sprong van 2m04, voor landgenoot Ken Wiesner (1925-) die 2m01 overschreed en voor de Braziliaan José Telles da Conceição (1931-1974), die over 1m98 wipte. In 1953 bracht Davis het wereldrecord op 2m13. Daarna opteerde hij voor een professionele basketcarrière en speelde hij vijf seizoenen bij de Philadelphia Warriors, waar hij een gemiddelde van 4,8 punten en 4,3 rebounds per wedstrijd kon voorleggen. Ken Wiesner van zijn kant zorgde eveneens voor een stunt. Nadat hij in 1946 zijn derde Amerikaanse titel hoogspringen haalde, besloot hij zich op zijn tandartspraktijk te concentreren. In 1952 maakte hij een opmerkelijke comeback en plaatste hij zich voor de Spelen, waar hij dus zilver haalde. In 1953 brak hij in de discipline zelfs driemaal het wereldrecord indoor, maar na die laatste 2m10 hield hij het definitief voor bekeken.

Zwemmen

image002_1.gif

Een record aantal van 319 zwemmers uit 48 landen streed om de zes titels bij de mannen en de vijf bij de vrouwen.

image251.jpg

Elf zwemtitels te verdelen: zes bij de mannen met vier Amerikaanse overwinningen, één Franse en één Australische en vijf voor de vrouwen, waarvan de Hongaren er vier wonnen. De vijfde was voor de Zuid-Afrikaanse Joan Harrison (1935-) op de 100m rugslag.

image024.png

De 16-jarige Hongaarse Katalin Szoke (1935-) veroverde goud op de 100 en de 4x100m vrije slag. Ze was de dochter van Márton Homonnai (1906-1969), een Hongaarse waterpologrootheid. Omdat vaderlief wegens oorlogsmisdaden naar Argentinië was gevlucht nam Katalin de naam van haar moeder aan. Na de Spelen van 1956, waar ze zelfs niet door de reeksen geraakte, en na de mislukte Revolutie in eigen land emigreerde ze naar de Verenigde Staten waar ze met waterpolospeler Kálmán Markovits (1931-2009) trouwde, die in 1952 en 1956 met de Hongaarse ploeg goud had gewonnen en brons in 1960. Enkele jaren later gingen de twee uit elkaar, waarop Katalin Szoke met Arpad Domjan trouwde, een ploegmaat van haar ex.

image025.png

De Hongaarse Eva Szekely (1927-) won de 200m schoolslag, zij het na de nodige controverse. Szekely was de allereerste die de revolutionaire en toen nog toegelaten vlinderslag zwom waarmee ze probleemloos won. Vier jaar later in Melbourne werd het reglement gewijzigd, vlinderslag werd een aparte discipline, maar de Hongaarse haalde met de klassieke schoolslag toch nog zilver. In 1957 vluchtte ze met man en dochter naar de Verenigde Staten, omdat haar wederhelft en legendarische waterpolospeler Deszo Gyarmati (1927-2013), door de Hongaarse geheime dienst bijna doodgemarteld werd. Het jaar nadien keerde ze echter terug naar de heimat, omdat ze voor het leven van haar ouders vreesde. Later scheidde ze van Gyarmati. Tussen 1940 en 1958 zwom ze 10 wereldrecords, 10 Olympische besttijden en zo maar eventjes 107 Hongaarse records. Dochter Andrea Gyarmati (1954-) won tijdens de Spelen van Barcelona goud op de 100m vlinder- en de 200m schoolslag en zilver op de 100m rug- en de 4 x 100m vrije slag.

image253.jpg

Valéria Gyenge (1933-) kon haar titel 400m vrije slag vier jaar later niet verlengen, in de finale van Melbourne tikte zij slechts aan als achtste. Vooral omwille van de mislukte opstand in eigen land emigreerde ze na de Olympiade naar Canada waar ze een bekende fotografe werd. Ze huwde met de Hongaarse zwemmer Juan Garay (1928-2009), die al eerder geëmigreerd was en in Helsinki voor Argentinië in het water dook. Vader János Garay (1889-1945) had op de Spelen van 1924 en 1928 goud, zilver en brons gewonnen in het schermen, maar was in 1945 in een Oostenrijks concentratiekamp gestorven, wat waarschijnlijk de emigratie van zoonlief verklaart.

image255.jpg 

Hun dochter Sue “Soo” Garay schopte het in Canada tot een bekende televisie actrice.

image027.png

In de 400m vrije slag versloeg de Fransman Jean Boiteux (1933-2010) de Amerikaanse favoriet Ford Konno (1933-), die nadien de 1.500m vrije slag won. Met zijn ploegmaats won Boiteux nadien brons op de 4 x 200m vrije slag. Meteen was hij ook de eerste Franse zwemmer met een Olympische medaille, en dat bleef hij tot Laure Manaudou (1986-) in 2004 op het toneel verscheen. De foto van zijn vader, die met Baskische baret op het hoofd in het water sprong om zijn zoon te feliciteren, ging de wereld rond. Normaal had dit tot diskwalificatie moeten leiden, want alle zwemmers hadden nog niet aangetikt. Boiteux kwam uit een echte zwemfamilie, ook zijn moeder en zijn oom werden voor Olympische Spelen geselecteerd, terwijl zijn vader, broer en zus nationaal hoge toppen scheerden in de nationale zwemcompetities. Negentien jaar, maar toch al houder van twee wereldrecords, tien Europese en veertien Franse records, een mooi palmares. In 2010 kwam hij in Bordeaux dramatisch om het leven toen hij van een ladder viel.

image028.jpg

De 19-jarige Australiër John Davies (1929-), die net als Eva Szekely vlinderslag zwom, was de Amerikaan Bowen Stassforth (1926-) en de Duitser Herbert Klein (1923-2001) te snel af op de 200m schoolslag. Door die zege kreeg hij een studiebeurs van de University of Michigan. Na zijn sportcarrière werd hij in de Verenigde Staten een beroemde advocaat en naturaliseerde hij zich ook tot Amerikaan. In 1986 benoemde Ronald Reagan (1911-2004) hem tot rechter. Zo leidde hij onder andere het proces dat de zwarte Rodney King (1965-2012) had aangespannen tegen de agenten die hem gemolesteerd hadden. De videobeelden van dat brutale geweld in Los Angeles gingen de wereld rond.

image029.png

De 1m96 grote Italiaan Carlo Pedersoli (1929-2016), die later bekend werd als Bud Spencer, geraakte met zijn 58.8 in de halve finales van de 100m vrije slag. Hij speelde ook waterpolo en kroonde zich met S.S. Lazlo Roma in 1954 tot Italiaans kampioen. Zijn filmcarrière had meer succes, hij trad op in zo maar eventjes 26 prenten, waarvan acht als Bud Spencer.

In het schoonspringen waren negen van de twaalf medailles voor de Verenigde Staten.
 
image004_18.jpg

De Amerikaanse Patricia McCormick (1930-) won beide duiknummers bij de vrouwen en vier jaar later in Melbourne deed ze dat nog eens over. Wat haar zeges van Helsinki nog mooier maakte was dat ze amper vijf maanden voordien moeder werd. Zelfs tijdens haar zwangerschap trainde ze stevig door en zwom ze dagelijks 800 meter en dat tot twee dagen voor de bevalling. Haar man John McCormick was Amerikaans kampioen torenspringen en dochter Kelly (1960-) won tijdens de Spelen van 1984 zilver op de 3-meter plank en vier jaar later nog eens brons.

image031.png

Doctor Sammy Lee (1920-2016), een Amerikaan van Koreaanse afkomst, was de eerste die zijn titel in het torenspringen succesvol verdedigde. Na de eigen successen coachte hij Pat McCormick (1930-), Bob Webster (1938-) en Greg Louganis (1960-) naar het goud. Doctor Samuel ("Sammy") Lee studeerde in 1947 af als arts aan de University of Southern California. In 1953 diende hij bij de Medische dienst in het Amerikaanse leger tijdens de Koreaanse oorlog, waarvan hij gebruik maakte om zich in neus-keel-oren te specialiseren. Op de Spelen van 1956, 1964 en 1968 zat hij ook in de scheidsrechtersstoel bij het schoonspringen.