Geschiedenis van de doping

1971

Het populaire weekblad 'Paris Match' publiceerde een artikel onder de titel "Le doping va-t-il tuer le Sport", vrij vertaald "Gaat doping de Sport vermoorden". De publicatie was een analyse met steun van de medische wereld. De gedopeerde werd als een drugsverslaafde beschouwd, een alcoholist die aan geen enkele microbiële aanval kon weerstaan, aldus Professor Marie-Christophe Boissier (1955-) van de Parijse Faculteit Geneeskunde. De Professor verwees ook naar de vicieuze cirkel waarin een gedopeerde terecht kwam. Het gebruik van amfetaminen impliceerde een vertraging van de slaap, wat het gebruik van hypnotica noodzaakte, maar de effecten daarvan op alertheid en tonus vereisten dan weer een nieuw gebruik van amfetaminen. Dit leidde op hun beurt dan weer tot pijn in de onderste ledematen en om dat ongemak te bestrijden gebruikte men morfine, maar uiteindelijk verkortte de gedopeerde zijn leven met enkele jaren.

Gewichtheffen

image004.jpg image006.jpg

Na zijn winst op de Pan Am Games van 1971 in het Colombiaanse Cali, zag de Amerikaanse gewichtheffer Ken Patera (1943-) zijn ontmoeting met de Russische superzwaargewicht Vasily Alexeyev (1942-2011) op de Olympische Spelen het jaar nadien in München met vreugde tegemoet. Patera in de 'Los Angeles Times':

“Vorig jaar was ons enig verschil dat ik zijn rekening voor drugs niet kon betalen. Nu kan ik dat wel. In München zal ik zo’n 340 kilo heffen, misschien wel 350. Dan weten we welke steroïden de beste zijn, die van hem of die van mij.”

Wielrennen

image327_1.jpg image328.jpg image329_1.jpg

De Fransman Yves Hézard (1948-) werd nationaal kampioen wielrennen, maar moest de titel inleveren na een positieve dopingcontrole. Het was al de derde Fransman die niet gekroond kon worden, vermits het jaar voordien hetzelfde gebeurd was met Paul Gutty (1942-2006) en in 1967 met Désiré Letort (1943-2012).