Anekdotes Olympische Spelen

London 1948

image002.jpg

Middelpunt van het gebeuren was het fameuze Wembley stadion, rond het voetbalplein werd een tijdelijke atletiekpiste aangelegd. Hoewel het gebouw een grondige opknapbeurt kreeg, toverde de zware regenval de piste om in een modderig ‘patattenveld’.

image181_1.jpg

De Spelen werden door de ‘British Olympic Association’ georganiseerd, onder het voorzitterschap van Lord Burghley (1905-1981), die in 1928 tijdens de Spelen van Amsterdam goud had gewonnen op de 400m horden.

Het hele gebeuren kostte uiteindelijk 600.000 Britse Pond maar leverde 10.000 Britse Pond winst op.

Omdat de oorlog net was afgelopen, kampte Groot-Brittannië met voedsel- en kledingstekorten. Men raadde de deelnemende landen dan ook aan om zelf voor levensmiddelen te zorgen, wat bij de Denen niet in dovemansoren klonk, zij brachten zo maar eventjes dertig eieren mee. Heel wat gebouwen waren plat gebombardeerd, zodat de mannelijk atleten in legerkazernes werden ondergebracht en de vrouwen in scholen.

De Amerikanen deden het dan weer op hun manier, de Yanks verscheepten 24 ton rundsvlees en 6 ton kalfs-, varkens- en lamsvlees. Daar bovenop 36 ton kaas, 12 ton suiker en 25.000 repen chocolade.

Omwille van Wereldoorlog II waren Duitsland en Japan niet welkom, Hongarije en Oostenrijk daarentegen mochten wel deelnemen. Ook China was van de partij, maar de Sovjet-Unie bleef uit eigen initiatief weg. Toch schreven nog 4.062 atleten uit 59 landen in voor de competities.

Bij de start van de fakkeltocht in het Griekse Olympia legde de eerste loper, een Grieks militair, ostentatief zijn uniform en wapens neer als teken van de Olympische vrede.

Voor het eerst

Voor het eerst werden Olympische diploma’s uitgereikt, maar enkel voor de eerste zes.

Voor het eerst in de atletiek startblokken voor alle sprinters.

Voor het eerst ook televisie thuis. De BBC verzekerde zich met 3.000 USD van de uitzendrechten, maar enkel voor een select publiek van 500.000 mensen.

Voor het eerst ook Paralympics, de Spelen voor andersvaliden.

image004.jpg

De 28-jarige Gaston Reiff (1921-1992) won de 5000m, voor België meteen het eerste atletiekgoud ooit. Reiff behoorde allerminst tot de favorieten, Emil Zátopek (1922-2000) en Wim Slijkhuis (1923-2003) werden als mogelijke winnaars getipt. Reiff voelde zich echter in topvorm, liep veertig meter uit op zijn concurrenten en hield zowel de Tsjech, zij het met amper 2/10de seconde, als de Nederlander achter zich.

image003_7.jpg

Voor het eerst een medaille voor Ceylon, het huidige Sri Lanka, Duncan White (1918-1998) haalde zilver op de 400 m horden.

image004_17.jpg

De Amerikaanse Audrey Patterson (1926-1996) won als eerste zwarte vrouw een Olympische medaille met brons op de 200m. Het nummer stond ook voor het eerst op het vrouwenprogramma.

image006.jpg

Een paar dagen later sprong de Amerikaanse Alice Coachman (1923-2014) met 1m68 hoger dan alle andere deelneemsters en daarmee was ze de eerste zwarte vrouw die goud won.

image008.jpg

Voor het eerst maar zeker niet voor het laatst, gebruikte iemand de Spelen om van Oost naar West te vluchten. Marie Provaznikova (1890-1991), hoofd van de gouden Tsjechische meisjes turnploeg, verklaarde nadien dat die overloop het gevolg was van een gebrek aan vrijheid, nadat de communisten dat jaar Praag hadden ingenomen. 

image010.jpg

De eerste gouden atletiekmedaille voor Oostenrijk werd door Herma Bauma (1915-2003) gewonnen met een worp van 45m57 in het speerwerpen. Ze veroverde zeventien nationale titels, waarvan de meeste in het  speerwerpen, maar ook een aantal in de vijfkamp. Bovendien was ze een goede handbalspeelster, met Oostenrijk haalde ze zilver op het WK van 1949. 

image012.jpg

Eerste optreden van Durward Knowles (1917-), die voor Groot-Brittannië aan de zeilcompetitie deelnam. De zeven Olympiades nadien tot en met Seoel 1988 was hij opnieuw van de partij, maar toen vertegenwoordigde hij de Bahamas. In 1956 in Melbourne won 'The Sea Wolf' een bronzen medaille voor zijn nieuw vaderland, vier jaar later in Rome zelfs goud.

image006_15.jpg

Ondanks hij al veertig was en aan vier Olympische Spelen had deelgenomen, won de Finse turner Heikki Savolainen (1907-1997) voor het eerst in het paard voltige. De jaren voordien had hij al vijf bronzen en één zilveren medaille gewonnen. Met zijn ploegmaats won hij in Londen ook nog eens goud en vier jaar later werd hij op 44-jarige leeftijd derde met het team.

Belgische prestaties

Zoals hierboven al vermeld haalde Gaston Reiff (1921-1992) in de 5.000m het enige Belgische goud.

image182.jpg

De negentienjarige wielrenner Lode Wouters (1929-2014) finishte als derde in de wegwedstrijd

image183_1.jpg image101.jpg image184_1.jpg

Nadien won Wouters met zijn ploegmaats Leon De Lathouwer (1929-2008), Eugène Van Roosbroeck (1928-) (foto) en Liévin Lerno (1927-2017) het landenklassement. Ze kregen het daaraan verbonden goud pas in 2010 uitgereikt, omdat het Olympisch Comité dat in 1948 vergeten was.

image103.jpg

Baanrenner Pierre Nihant (1925-1993) finishte als tweede in de kilometer sprint.

image105.jpg

Bokser Jos Vissers (1928-2006) haalde zilver bij de lichtgewichten, hij verloor de finale van de Zuidafrikaan Gerald Drever (1919-1985).

Brons was weggelegd voor de schermploeg Raymond Bru (1906-1989), Georges de Bourguignon (1910-?), Henri Paternoster (1908-2007), Edouard Yves (1907-?), André Van De Werve De Vorsselaer (1908-1984) en Paul Valcke (1914-1980) in het floret en Etienne Gailly (1922-1971) in de marathon.

12 jaar later

image014.jpg image016.jpg

De Hongaarse schermster Ilona Elek (1907-1988) en de Tsjechische kanovaarder Jan Brzak (1912-1988) verdedigden met succes hun titel van twaalf jaar voordien. Elek voegde aan haar twee Olympische medailles tien wereldtitels toe. Brzak haalde vier jaar later Olympisch zilver en kroonde zich driemaal tot wereldkampioen. In 1955 kwam hij een laatste keer in het nieuws toen hij met teamgenoot Bohuslav Karlik (1908-1996) de 189,9 km tussen Ceské Budejovice en Praag op de Vitavarivier afpeddelde in 20 uur.

Even goed maar toch geen goud

image018.jpg

Vier jaar na Berlijn won de Britse Dorothy Odam-Tyler (1920-2014) voor de tweede keer zilver in het hoogspringen. Telkens overschreed ze dezelfde hoogte als de winnares, maar pech voor haar was dat ze het in de herkansingen liet afweten. 

Basketbal in de picture

Het team uit Irak moest heel wat korven slikken, het verloor al zijn wedstrijden met gemiddeld 80 punten verschil en tegen China en Korea waren er dat zelfs 100. En toch eindigde Irak niet als laatste, Ierland deed nog slechter en leed tegen Mexico zelfs een 71-9 nederlaag. Het meeste punten scoorden de Ieren in de wedstrijd tegen Cuba, die met 88-25 verloren werd.

image588.jpg

In het basketbal enkele opmerkelijke feiten. De Amerikanen wonnen het tornooi met een gemiddeld verschil van 33 punten. Bob Kirkland (1924-2013) was met zijn 2m01 een van de uitblinkers, maar moest in de wedstrijd tegen China lijdzaam toezien hoe een kleine tegenstrever hem gewoon tussen de benen door dribbelde.

image589.jpg

De strijd om de derde plaats werd dank zij een 52-47 overwinning op Mexico door Brazilië gewonnen. Hilariteit alom toen de Braziliaan Alfredo da Motta (1921-) op zeker ogenblik zijn broek verloor en vliegensvlug de kleedkamer inspurtte om een nieuw exemplaar aan te trekken.

Geen officier, geen goud 

image022.jpg

Tragische ontwikkeling in het ruitertornooi. De Zweden wonnen de landenwedstrijd, maar één jaar later moesten ze hun gouden medailles inleveren toen bleek dat Gehnäll Persson (1910-1976) geen officier was, een conditio sine qua non. Een van de juryleden had opgemerkt dat Gehnäll Persson met de pet van sergeant reed, terwijl hij als vaandrig stond ingeschreven. En Persson bleek inderdaad sergeant te zijn. Na deze farce, waarbij de woorden 'snobisme' en 'ondemocratisch' niet uit de lucht waren, veranderde men de regels. In 1949 werd de officiersregel uit de reglementen geschrapt en vanaf toen mochten ook onderofficieren, soldaten, burgers en zelfs vrouwen deelnemen. Het zwakke geslacht enkel in dressuur, want springen en military vonden de hoge heren niet gepast. Toppunt was dat Persson goud won op de twee volgende Olympiades van 1952 en 1956.

De meest succesvollen

Na hun ‘slippertje’ op de Spelen van Berlijn, verzamelden de Verenigde Staten opnieuw de meeste medailles: 38 gouden, 27 zilveren en 19 bronzen.

image024.jpg

De Hongaarse schermer Aladár Gerevich (1910-1991) had al goud gewonnen op de Spelen van 1932 en 1936 en deed dat in Londen nog eens over. Nadien lukte hem dat in de drie daaropvolgende Olympiades opnieuw, waarmee hij tien Olympische overwinningen totaliseerde. Tot dan toe de enige sporter die dezelfde discipline won op zes verschillende Olympische tornooien.

image026.jpg

De Nederlandse Fanny Blankers-Koen (1918-2004) won de 100 en de 200m, de 80m horden en de 4 x 100m aflossing. Omdat het wedstrijdprogramma ongunstig uitviel kon ze niet deelnemen aan het verspringen en hoogspringen, waar ze nochtans de grote favoriete was. Bovendien liet het reglement niet toe dat vrouwen aan meer dan vier wedstrijden deelnamen. Op deze Spelen was Fanny Blankers-Koen dertig jaar oud en moeder van twee kinderen. Haar prestaties leverden haar de bijnamen 'Vliegende Huisvrouw' en 'Flying Dutchman' op.

image028.jpg

In 1949 kreeg ze concurrentie in eigen land van de jonge Friese Foekje Dilleman (1926-2007), die in 1950 in een schandaal verwikkeld raakte. Na een dubieuze seksetest werd zij levenslang geschorst. Kwatongen beweren dat Jan Blankers (1904-1977), hoofdredacteur Sport bij het Nederlandse dagblad De Telegraaf en bobo bij de Nederlandse Atletiekbond, maar vooral ook trainer van zijn vrouw Fanny, achter de schermen de uitschakeling van de concurrente van zijn vrouw georkestreerd had.

De jongste

image030.jpg

De Amerikaan Bob Mathias (1930-2006) won de tienkamp. Begin 1948 waagde hij zich op de middelbare school aan atletiek, in de zomer van dat jaar kwalificeerde hij zich al voor de Olympische Spelen. In Londen bleek hoe onervaren hij was, hij kende zelfs de regels van het kogelstoten niet en werd reglementair bijna uitgeschakeld. Toch won hij het goud met ruim honderd punten voorsprong op de Fransman Ignace Heinrich (1925-2003), terwijl een andere Amerikaan Floyd Simmons (1923-2008) derde eindigde. Met zijn zeventien jaar was Mathias de jongste Olympisch kampioen uit de atletiekgeschiedenis. Vier jaar later in Helsinki verlengde hij zijn titel met gemak. Zijn voorsprong op de nummer twee bedroeg toen 912 punten, nooit eerder gezien. Datzelfde jaar speelde hij met de Stanford University de finale van de Rose Bowl van het American football. Na zijn sportcarrière werd Mathias directeur van het United States Olympic Training Center en was hij voor de Republikeinen acht jaar lid van het Huis van Afgevaardigden. Net zoals zovele Amerikaanse gouden medailles, kreeg ook hij filmrollen en TV-optredens aangeboden. Zijn bekendste rolprent werd 'The Bob Mathias Story', waarin hij uiteraard de hoofdrol vertolkte.

De kleinste

image773.jpg

De Amerikaanse gewichtheffer Joe DePietro (1914-1999) won goud bij de bantamgewichten en was met 1m42 de kleinste van alle deelnemers.

Legende

image032.jpg

Emil Zátopek (1922-2000) won de 10.000m, meteen ook de start van een memorabele carrière. Zijn voorsprong op de Fransman Alain Mimoun (1921-2013) en de Zweed Bertil Albertsson (1921-2008) was meer dan 50 seconden, of bijna een hele ronde. Bovendien was hij de eerste die de afstand verteerde onder de dertig minuten. Vier jaar later in Helsinki herhaalde hij zijn overwinning, maar toen voegde ‘de locomotief” er ook de titels van de 5.000m en de marathon aan toe. In 1954 scherpte hij de wereldrecord van de 5.000m aan naar 13.57.2, dat van de 10.000m bracht hij na vijf opeenvolgende verbeteringen op 28.51.2, waarmee hij als eerste onder de 29 minuten dook. Zátopek brak ook de wereldrecords van de 10 mijl, de 20, 25 en 30 kilometer en liep als eerste de 20 km binnen het uur.

Fotofinish

image034.jpg

Bij de finale van de 100m had men de fotofinish nodig om de Amerikaan Harrison Dillard (1923-) als winnaar aan te duiden, voor landgenoot Barney Ewell (1918-1996) en de Panamees Lloyd LaBeach (1924-1999). Voor het eerst in de Olympische geschiedenis gebruikte Omega een camera die normaal bij paardenrennen werd gebruikt en die in Londen enkel benut werd om de aankomstrechters te helpen bij twijfel. Later won Dillard met zijn maats ook de 4 x 100m, wat hij vier jaar later in Helsinki nog eens overdeed, maar tot ieders grote verrassing won hij toen de 110m horden. Ewell van zijn kant eindigde op de 200m opnieuw als tweede, dit keer na Mel Patton (1924-2014) en opnieuw kwam er een fotofinish aan te pas. Ewell won tenslotte toch nog goud met de estafetteploeg, al had dat aan een zijden draadje gehangen

Goudeerlijk en toch nog goud

image774.jpg

Bij zijn derde en laatste poging in het stoten lukte de Amerikaanse gewichtheffer Stanley Stanczyk (1925-1997) vlotjes 132 kilo, een nieuw wereldrecord voor de half-zwaargewichten. De toeschouwers gingen uit hun dak, maar Stanczyk schudde van neen en wees de jury erop dat zijn knie de grond geraakt had en dat de poging dus ongeldig was. De jury had het niet eens gemerkt. Geen record, maar zijn vorige twee pogingen leverden hem toch goud op. Bovendien kreeg hij later de Sullivan medaille uitgereikt omwille van zijn eerlijkheid.

Controverses

De nodige problemen in het zwemmen, al waren ze van politieke aard. Twee Noord-Ierse zwemmers kregen geen toestemming om voor Ierland aan te treden, volgens de Engelse Bond moesten ze voor Groot-Brittannië zwemmen.

Het bokstoernooi werd door talloze dubieuze beslissingen ontsierd. Officials van Uruguay maakten zich over het verlies van Basilio Álvez (1915-?) zo boos dat zij hem oppakten en met kracht op de tafel van de jury deponeerden. Het hielp echter niet.

image246.jpg

In de 4 x 100m bij de mannen, door de Amerikanen met ruim gemak gewonnen van Groot-Brittannië en Italië, oordeelde één van de officials dat de stokwissel tussen Barney Ewell (1918-1996) en Lorenzo Wright (1926-1972) buiten de zone gebeurde. Amerika werd gediskwalificeerd, maar protest volgde onmiddellijk. Inmiddels waren de medailles al uitgereikt, de wedstrijdfilm leerde echter dat de aflossing reglementair verlopen was. Dus moesten de Britten hun goud aan de Amerikanen geven, zelf kregen ze het zilver van de Italianen, die op hun beurt het brons van de Hongaren overnamen.

Drama

image035.jpg

Toen de Belgische paracommando Etienne Gailly (1922-1971) tijdens de de marathon als eerste het stadion binnenliep verloor hij plots alle kracht. Gailly waggelde over de piste en werd in de slotronde in extremis voorbijgestoken door de Argentijn Delfo Cabrera (1919-1981) en de Brit Thomas Richards (1910-1985), waardoor hij derde eindigde. Als excuus gold dat hij nog nooit een marathon gelopen had. Enkele jaren na zijn Olympisch goud overkwam Cabrera ongeveer net hetzelfde. Tijdens de Pan-Amerikaanse Spelen van 1951 in Buenos Aires wachtten meer dan 100.000 toeschouwers, waaronder de beroemde en beruchte Evita Peron (1919-1952), op de komst van topfavoriet Cabrera. Vlak voor Cabrera met grote voorsprong het stadion zou binnenlopen stortte hij in. Een meute begeleiders hielp hem terug op de been en de Argentijn vervolgde zijn race in trance. Nauwelijks had hij de sintelbaan bereikt of opnieuw ging hij onderuit. Cabrera krabbelde recht en met het aanspreken van zijn laatste reserves overschreed hij de eindstreep als winnaar. Zijn voorsprong op landgenoot Reinaldo Gorno (1918-1994) was meer dan tien minuten. Dezelfde dag promoveerde Evita Peron hem nog tot een hogere officiersrang. Gorno van zijn kant finishte het jaar nadien op de Spelen van Helsinki als tweede, na de ongenaakbare Emil Zátopek (1922-2000). De Belg Gailly overleed op 48-jarige leeftijd nadat een auto hem had overreden en ook Cabrera stierf bij een auto ongeval.

image107.jpg

Een tragedie voor de zegevierende turnploeg van Tsjechische dames. Eliska Mišaková (1926-1948) kreeg plots polio en overleed in een Londens ziekenhuis terwijl haar ploegmaatjes, waaronder haar zus Miloslava Misáková (1922-2015), in de finale van de landenteams goud wonnen.

Piano en atletiek

image036.jpg

De Française Micheline Ostermeyer (1922-2001), eerste prijs piano aan het Conservatorium van Parijs, won goud in het discuswerpen en kogelstoten en brons in het hoogspringen. Ze blonk ook uit in basketbal, 60 en 100m vlak, 80m horden en de vijfkamp. Nadat ze in 1950 in Brussel nog Europees brons had gehaald op de 80m horden en het kogelstoten, stopte ze wegens een rugblessure met sporten en concentreerde ze zich volledig op haar pianocarrière.

Familiekwestie

image038.jpg image040.jpg

De strijd bij de Star Class in het zeilen was een familie aangelegenheid. Winnaars werden de Amerikanen vader Paul (1892-1979) en zoon Hilary Smart (1925-2000), het brons ging naar het Cubaanse duo vader Carlos de Cardenas Sr. (1904-1994) en zoon  Carlos de Cardenas Jr. (1932-).

Van rechts naar links om te leren

image041.jpg

De Hongaarse schutter Karoly Takacs (1910-1976) was sergeant in het leger, toen in 1938 een defecte granaat in zijn rechterhand ontplofte. Zijn schuttershand was volledig verbrijzeld. Na één maand hospitalisatie leerde Takacs in het geheim met de linkerhand schieten. Het jaar nadien won hij al het Hongaarse kampioenschap en werd hij voor het WK automatisch pistool geselecteerd. In 1948 kwalificeerde hij zich voor Olympisch team snelvuurpistool. Vlak voor de wedstrijd vroeg de Argentijnse topfavoriet, wereldkampioen en wereldrecordhouder Carlos Enrique Díaz Saenz Valiente (1916-1957) hem waarom hij in Londen was.

"Om te leren," antwoordde Takacs.

Hij won het nummer en brak het wereldrecord met tien punten. Tijdens de medaille uitreiking fluisterde Díaz Saenz Valiente, die zilver won, hem in het oor:

"Je hebt voldoende geleerd."

Vier jaar later in Helsinki verdedigde de Hongaar zijn titel met succes.

Zilveren Goldfinger

image044.jpg image042.jpg

Let een totaal van 410 kg won de Amerikaanse gewichtheffer Harald Sakata (1920-1982) zilver bij de zwaargewichten. Later werd hij wereldberoemd door zijn rol van Oddiob in de James Bondfilm Goldfinger. Na de Spelen van Helsinki koos hij  onder de naam Tosh Togo voor een carrière als beroepsworstelaar.

Zwemmen

image002_48.jpg

Omwille van hun aandeel in Wereldoorlog II waren er geen Japanners in Londen, de Amerikanen lieten het niet aan hun hartje komen en scoorden bij de mannen een zes op zes. Een totaal van 249 deelnemers uit 34 verschillende landen streed bij de mannen om zes titels, bij de vrouwen om vijf.

Toen Jaffar Ali Shah (1930-) uit Pakistan voor de start van zijn reeks 100m rugslag zijn badjas wilde uitdoen, merkte hij dat hij zijn zwembroek vergeten was. Om zijn schaamte en naaktheid te verbergen sprong hij in het water, waarop de wedstrijdjury hem wel diskwalificeerde. Een logische beslissing, zeker omdat het om rugslag ging.

In het schoonduiken waren 10 van de 12 medailles voor USA.

image046.jpg

Allen Stack (1928-1999) won de 100m rugslag, drie jaar later was hij de trotse eigenaar van zeven wereldrecords en 22 Amerikaanse besttijden. Al had het Olympisch goud aan een zijden draadje, of beter gezegd koordje gehangen. Omdat het koordje van zijn zwembroek het enkele seconden voor het startschot begaf zakte die af. Hij schreeuwde de official van dienst toe om niet te starten en die bood Stack de gelegenheid om vlug een nieuwe aan te trekken. Vier jaar later in Helsinki wilde hij zijn overwinning overdoen, maar net voor de Spelen viel hij met zijn moto. Met ingetapete hand werd hij toch nog vierde.

image008_11.jpg

Een opmerkelijk figuur in die 100m rugslag was de Fransman Georges Vallerey (1927-1954) die brons haalde. In zijn jeugd redde hij meerdere vissers van de verdrinkingsdood in de haven van Casablanca, nadat hun boot gebombardeerd was. In Parijs is een zwembad naar hem genoemd en meerdere straten en kades in andere Franse steden. Hij stierf op amper 27-jarige leeftijd aan de gevolgen van nefritis.

image048.jpg

Met een chrono van 2.57.2 won Nel van Vliet (1926-2006) de 200m schoolslag. De Nederlandse had op 16-jarige leeftijd leren zwemmen en brak in haar carrière zo maar eventjes vijftien wereldrecords. Eén week na de Spelen stalen inbrekers haar medaille, in 2004 kreeg ze een kopie van het Olympisch comité.
 
image050.jpg

De Deense zwemster Greta Andersen (1927-) won de 100m vrije slag in 1.06.7 en haalde zilver met de estafetteploeg 4 x 100m vrije slag. Tijdens de derde reeks van de 400m vrije slag werd ze onwel in het water. De Hongaarse zwemmer Elemér Szathmári (1926-1971), die toevallig als toeschouwer aan de badrand zat, dook meteen het water in en haalde de Deense boven. Een beetje verwonderlijk eigenlijk, want Andersen vestigde het jaar nadien een nieuw snelheidsrecord bij de oversteek van het Kanaal in beide richtingen. Van Frankrijk naar Engeland in 11 uur en 1 minuut, omgekeerd in 13 uur en 10 minuten. Zoals zovele Europese zwemmers en zwemsters week ook zij uit naar de States, waar ze in Long Beach, Californië een zwemschool uitbaatte die haar naam droeg.